Over de oorsprong van
Valentijnsdag doen een aantal verschillende verhalen de ronde.
In de meeste gevallen wordt de oorsprong gezocht in het oude Rome.
14 Februari was de dag van de Godin Juno. Zij was de koningin
van alle goden en godinnen en de beschermheilige van vrouwen en het
huwelijk. Op het festival dat een dag na haar feest begon, werden Romeinse
jongens en meisjes door middel van een soort loting samengebracht. Dit
festival zou de voorloper zijn van het latere Valentijnsfeest.
Een andere legende verhaalt
van de Romeinse priester Valentijn, die in het geheim huwelijken voltrok
in een tijd dat het voor soldaten verboden was om te trouwen.
Deze priester werd gevangengezet en overleed. Hij werd begraven op 14
februari 270 V.C.
Een andere christelijke priester werd vervolgd, gevangen genomen en
gemarteld vanwege zijn geloof. Ondanks de martelingen genas hij
de dochter van zijn bewaker van blindheid. Op 14 februari werd
hij onthoofd. Die ochtend stuurde hij het meisje nog een liefdesbriefje
dat hij ondertekende met 'jouw Valentijn'.
In Rome werd bovendien
op 14 februari een vruchtbaarheidsfeest gevierd in de grotten waar Romulus
en Remus, de stichters van de stad, opgevoed waren door de wolven.
Ook dat kan de oorsprong zijn geweest voor de traditie van Valentijnsdag,
omdat het een groot feest van liefde en vruchtbaarheid was. Nog
een uitleg voor het ontstaan van de traditie hangt nauw samen met vruchtbaarheid.
In 1381 werd reeds neergeschreven dat 14 februari de dag was dat de
vogels begonnen met paren. Ook bij mensen zou de 'paringsdrang'
op die dag de kop op steken.
De bijnaam 'Valentines'
voor liefdesbrieven komt van een Franse graaf. Hij werd in het begin
van de vijftiende eeuw gevangen genomen door de Engelsen en vastgezet
in de 'Tower of London'. Hij schreef zijn vrouw liefdesgedichten
en -brieven, die hij 'Valentines' noemde.
Duidelijk is in ieder
geval dat één van bovenstaande personen de echte Sint
Valentijn of Valentinus moet zijn geweest en dat 14 februari een speciale
dag is voor geliefden.